trainingen
outreachende uitgangspunten
welzijnswerk

Trainingen / workshops

Bij outreachend werken krijgt de professional te maken met verschillende fasen en vaardigheden. In de workshops en trainingen wordt interactief geleerd en geoefend met vaardigheden aan de hand van realistische casuïstiek. Dit gebeurt met actieve werkvormen zoals rollenspelen; werken in kleine groepen; plenaire discussies; keuzeoefeningen enzovoorts. Er is uitgebreid aandacht voor de morele dilemma's en ethische kwesties waarmee professionals geconfronteerd worden. Attitude, ten aanzien van de cliënt en samenwerkingspartner, is een rode draad in het aanbod. De trainer heeft uitgebreide ervaring als uitvoerend hulpverlener, is goed bekend met de praktijk en actuele ontwikkelingen, en weet wat outreachend werken van de professionals vraagt.

In overleg met de opdrachtgever wordt een training samengesteld van meerdere dagdelen waarin de methodiekonderdelen behandeld worden, er is altijd de mogelijkheid extra onderwerpen toe te voegen. De specifieke leervragen van deelnemers worden geïnventariseerd en ingepast in de training. In afstemming wordt gekozen voor een basistraining of een verdiepingstraining. Er kan rekening gehouden worden met de diverse disciplines zoals bijvoorbeeld algemeen maatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, ouderenwerk, sociaal raadsliedenwerk.

Het aanbod kan ook in de vorm van losse workshops afgenomen worden. Een workshop, of dagdeel in een training, duurt 4 uur, inclusief pauze en is gebaseerd op gemiddeld 12 personen. Na een training volgt altijd een schriftelijke terugkoppeling naar de opdrachtgever.

Voorbeeldonderwerpen uit de workshops/trainingen

Omgaan met aanmeldingen:

Aanmeldingen worden vaak gedaan naar aanleiding van een acuut signaal. De feitelijke informatie wordt regelmatig vermengd met fictieve gegevens, vooronderstellingen en aannames. De aanmelder wil een snelle oplossing voor het gesignaleerde probleem. De druk op de professional is groot. Het effect kan zijn dat deze overhaast handelt, zonder voldoende tijd te nemen stil te staan bij de legitimatie van zijn handelen. Of, het tegenovergestelde, door de druk houdt de professional de boot af en worden signalen niet voldoende opgepakt. In deze workshop komt aan de orde hoe de professional om kan gaan met de druk, wederzijdse verwachtingen helder kan krijgen en hoe deze de aanmelder kan betrekken bij het leggen van het contact.

Beeldvorming en cliënttypering:

Outreachend werken betreft burgers in een kwetsbare positie met meerdere complexe problemen. De beeldvorming van afgelopen jaren lijkt er naar te neigen dit direct te koppelen aan overlast. Er wordt inzicht geboden in de doelgroep, die bij nader inzien meestal al bekend blijkt bij de professional. Misverstanden en aannames worden “opgeruimd”. In de praktijk is het een gevarieerde groep mensen die zich kenmerkt door onzichtbaarheid, uitgesloten zijn van maatschappelijk verkeer en niet (meer) in staat het overzicht te bewaren op hun dagelijkse leven. Om contact te kunnen gaan maken is de juiste attitude nodig en de onderkenning van het belang dat, in gezamenlijke verantwoordelijkheid , inspanningen verricht moeten worden om deze burgers te bereiken.

Omgaan met privacy

Professionals ervaren de Wet op de Privacy vaak als drempel om te kunnen handelen en zijn niet voldoende op de hoogte van de mogelijkheden die binnen deze wet geboden worden. Onbekendheid met regelgeving omtrent privacy kan ertoe leiden dat er te weinig, of juist teveel, uitgewisseld wordt. Dilemma’s en ethische vragen spelen zich vaak af omtrent dit thema. Aan de orde komt hoe de professional binnen de wetgeving en de beleidskaders van de eigen organisatie kan handelen in het belang van de cliënt. Registratie en dossiervorming zijn daarbij van belang als middel om het methodisch handelen te verantwoorden.

Contact maken en houden

Het eerste contact kun je maar één keer maken. Het zit hem in deze workshop in de details. Naast de benodigde attitude heeft de professional ook bagage nodig op het vlak van veiligheid en omgaan met privacy. Het binnenkomen is vaak niet zo moeilijk, het contact vasthouden vraagt creativiteit en vasthoudendheid. Aan de orde komt welke informatie je nodig hebt en wat je daarvan doorgeeft aan de cliënt. Tevens wordt gekeken naar het bepalen van een doel in het eerste contact en manieren om je nut te bewijzen. In deze fase wordt de basis gelegd om het vertrouwen van de cliënt in de professional en welzijnswerk in het algemeen te herstellen. Stap voor stap wordt het contact verstevigd, dit kenmerkt zich vaak met risicomomenten waarbij de cliënt af dreigt te haken. Als professional leer je hier alert op te zijn en dienovereenkomstig te handelen, in plaats van een dossier te sluiten worden extra inspanningen verricht de cliënt vast te houden.

Motivatie van de cliënt en de hulpverlener

Het beeld bestaat dat deze cliëntengroep niet voldoende gemotiveerd is. Dit wordt gemakkelijk uitgelegd als weerstand, maar is in principe een teken van autonomie. De professional zal op zoek moeten in zichzelf om bij de cliënt aan te sluiten en deze aan zich te binden. Vaak blijkt de gemotiveerdheid van mensen om hun problemen op te lossen stuk te lopen op de manier waarop hulpverlening in Nederland georganiseerd is. De professional zal steeds opnieuw stil staan bij de ervaringen en wensen van zijn cliënt. Het reflecteren op het effect van zijn handelen is onderdeel van het gemotiveerd blijven. Dit laatste geldt zowel voor cliënt als hulpverlener. Aan de orde komt hoe je als professional gemotiveerd kunt blijven wanneer het niet van een leien dakje gaat.

Omgaan met onhygiënische woonsituaties

Praktische informatie en tips kunnen helpen bij het binnentreden van onhygiënische woonsituaties. Aan de orde komt het verschil tussen verzameling, verwaarlozing en vervuiling. Er wordt in deze situaties vaak gewerkt vanuit de eigen normen en waarden. De ene professional zal zich moeiteloos in een ernstig vervuilde woning begeven en de ander vindt een rommelig huis al vervuiling. Door het hanteren van een objectief meetinstrument leren de professionals de ernst van de situatie in te schatten en de juiste stappen te zetten. Ook is er aandacht voor gezondheids- en veiligheidsrisico’s die hanteerbaar worden door het volgen van een aantal basisregels.

Taakafbakening en doorverwijzing

Door de complexiteit waarmee de professional te maken krijgt is het wel eens moeilijk om te besluiten welke stappen gezet moeten worden. Regelmatig blijkt bij deze complexe problematiek gespecialiseerde hulp nodig van bijvoorbeeld GGZ of Verslavingszorg. Een aantal factoren, meestal in combinatie, zorgen ervoor dat de professional zich gedwongen kan voelen taken te verrichten die niet in zijn pakket zitten. Om de cliënt niet te verliezen is het voor de hand liggend dat professionals zaken overnemen met alle risico’s van dien. Gedrag bijvoorbeeld wat verklaard wordt vanuit overmatig druggebruik maar voortkomt uit schizofrenie of niet onderkende ondervoeding van ouderen. Doorverwijzen kan van levensbelang zijn maar vraagt een zorgvuldige afweging en voorbereiding zodat de cliënt niet opnieuw tussen de mazen van het vangnet door valt. Ook komt aan de orde hoe de professional, in afwachting van meer gespecialiseerde hulp, de cliënt gemotiveerd weet te houden en hoe hij de risico’s kan beperken.

Veiligheid en grenzen

Binnen het werken met burgers in complexe situaties krijgt iedereen op een gegeven moment te maken met grenzen. De organisatie heeft grenzen in haar mogelijkheden, de professional heeft grenzen in wat hij zowel op beroeps als persoonlijk niveau kan bieden en de cliënt heeft grenzen. Wanneer grenzen overschreden worden komt de veiligheid vroeg of laat in het geding. Voorbeelden daarvan zijn de professional die iets toezegt aan de cliënt en verwachtingen schept die niet waargemaakt kunnen worden en ook het accepteren van grensoverschrijdend gedrag omdat hij het contact niet wil verliezen. Alhoewel bij deze doelgroep agressie zeker niet vaker voorkomt dan bij andere doelgroepen wordt ingegaan op de veiligheidsmaatregelen die genomen kunnen worden wanneer er signalen zijn dat het om risicovolle situaties gaat.

Samenwerking met andere instanties

Bij complexe problemen horen vaak complexe samenwerkingsstructuren en verbanden. De positionering van de hulpverlener is belangrijk en vraagt specifieke vaardigheden. De praktijk laat regelmatig zien dat professionals meer belemmeringen ervaren in het contact met andere instanties dan in het contact met de cliënt. Van belang is om te kunnen gaan met de sociale kaart, de verschillende belangen en de mogelijkheden van de samenwerkingspartner. Het komen tot een gezamenlijk gevoel van verantwoordelijkheid vraagt ook op dit vlak een outreachende houding van de professional. Het opstellen van een zorgplan met helder omschreven taken kan helpend zijn zowel voor de samenwerkingspartners als voor de cliënt die daarmee invloed en overzicht krijgt op de hem geboden hulp.

Regie teruggeven aan de burger

Wanneer het contact eenmaal tot stand gekomen is, de hulp geaccepteerd wordt en betrokken partijen op de hoogte zijn van het probleem, is het zaak tot een blijvende oplossing te komen. Het is de cliënt die centraal staat en die, tegen alle adviezen in kan besluiten dat hij het anders wil. Regelmatig zal het plan bijgesteld moeten worden, dit is een meestal blijvend kenmerk van deze groep. Veel burgers die zich in een kwetsbare positie bevinden hebben structureel ondersteuning nodig omdat hun problemen niet op te lossen zijn. Denk aan bijvoorbeeld aan mensen met een verstandelijke beperking of dementerende ouderen. Acceptatie is daarbij een belangrijk gegeven. Het is van belang dat er structurele ondersteuning komt, bij voorkeur door het sociale netwerk, indien nodig aangevuld met professionals. Dit vraagt echter ook dat er zicht en contact is met de sociale omgeving en dat de professional de kracht van deze omgeving serieus neemt en daarnaar handelt. De inspanning zijn gericht op het herstel van het contact van de cliënt met zijn omgeving zodat deze weer deel kan nemen aan het sociale verkeer. Geleerd wordt hoe je door gebruikmaking van empowerment, het inzetten van sociale netwerken, en Eigen Kracht Conferenties kunt komen tot structurele ondersteuning waarbij de cliënt zo min mogelijk professionele hulpverlening nodig heeft.

Nazorg en afsluiting

Zoals er tijd genomen moet worden voor het maken van contact, zo kost het afbouwen daarvan ook tijd. Onder invloed van het huidige financieringsstelsel zijn professionals opgevoed om zoveel mogelijk dossiers in een jaar af te sluiten. Maar cijfers zeggen vaak niet veel over de kwaliteit van de hulpverlening en ook niet over het aantal cliënten wat na voortijdig afsluiten na een (paar) jaar opnieuw aangemeld wordt. Afsluiten vraagt dus evenveel aandacht bij deze groepen als het opbouwen van contact. De cliënt mag niet in een gat vallen en moet weten dat de professional nog beschikbaar is op moeilijke momenten. Pas wanneer de cliënt inmiddels heeft leren vertrouwen op zichzelf en zijn omgeving kan een dossier afgesloten worden.

< terug naar aanbod